Zwangerschapsverlof

en bevallingsverlof

Werkneemsters hebben in verband met hun zwangerschap en bevalling recht op minimaal 16 weken verlof. Tijdens dit verlof heeft de werkneemster recht op een Ziektewetuitkering. Die uitkering bedraagt 100% van het maximum dagloon.

Verplichtingen werkneemster en werkgever
De werkneemster is verplicht om uiterlijk drie weken voor de ingangsdatum van haar zwangerschapsverlofaan de werkgever te melden wanneer het zwangerschapsverlof ingaat. De werkneemster hoeft geen toestemming te krijgen van haar werkgever, zij heeft recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof.

De werkneemster moet uiterlijk op de tweede dag volgend op die van de bevalling bij haar werkgever melden dat zij is bevallen.

Uiterlijk twee weken voordat de werkneemster haar zwangerschapsverlof opneemt, moet de werkgever een aanvraag voor een ziektewetuitkering indienen bij het UWV. In de praktijk komt het meestal voor dat de werkgever het loon tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof doorbetaald en dat de werkgever de uitkering van het UWV ontvangt. Verzuimt u de medewerker op tijd ziek te melden dan riskeert u een boete van € 455,--.

Duur van het verlof
Er wordt onderscheid gemaakt tussen zwangerschapsverlof en bevallingsverlof. De werkneemster heeft zwangerschapsverlof voorafgaand aan de bevalling en bevallingsverlof na de bevalling. Het zwangerschapsverlof start maximaal zes weken en minimaal vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Dit verlof duurt tot en met de dag van de bevalling. Het bevallingsverlof gaat in op de dag nadat de werkneemster is bevallen. Het bevallingsverlof bedraagt minimaal tien aaneengesloten weken. Als de werkneemster ervoor kiest om later dan zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum met zwangerschaps-verlof te gaan, dan worden die dagen uitgespaard bij het zwangerschapsverlof opgeteld bij het bevallingsverlof.

Wordt de werkneemster in de periode van zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum ziek, dan worden deze ziektedagen aangemerkt als zwangerschapsverlofdagen. Ook al heeft de werkneemster ervoor gekozen om later met zwangerschapsverlof te gaan om zodoende langer bevallingsverlof te hebben, dan worden de ziektedagen van voor haar bevalling in mindering gebracht op het bevallingsverlof. Let op: in dit geval moet de werkgever de werkneemster binnen 4 dagen ziek melden bij het UWV.

Als het kind precies op de uitgerekende datum ter wereld komt ,dan duurt het zwangerschapsverlof en bevallingsverlof gezamenlijk zestien weken. Wordt het kind eerder geboren dan mist de moeder een gedeelte van haar zwangerschapsverlof. Deze dagen worden bij het bevallingsverlof opgeteld zodat de werkneemster totaal toch minimaal zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft kunnen genieten. Als het kind later wordt geboren dan de uitgerekende datum dan heeft de werkneemster dus feitelijk langer zwangerschapsverlof genoten. Deze extra dagen worden niet afgetrokken van het bevallingsverlof.

Overige belangrijke zaken
De vermoedelijke bevallingsdatum wordt vastgesteld door een arts of de verloskundige. De werkneemster kan de arts of verloskundige om een schriftelijke verklaring (een zwangerschapsverklaring) vragen. Sinds 2012 hoeft deze verklaring niet meer te worden meegestuurd bij de aanvraag voor een uitkering aan UWV. UWV kan de zwangerschapsverklaring wel opvragen bij de werkgever. Daarom is het raadzaam om altijd een zwangerschapsverklaring aan jouw zwangere werkneemsters te vragen en in de administratie te bewaren.

Is de werkneemster ziek ten gevolge van de zwangerschap of bevalling en is de verlofperiode afgelopen, ook dan heeft zij recht op een ziektewetuitkering. In dat geval moet de werkgever de medewerkster uiterlijk op de vierde ziektedag ziek melden, na afloop van het officiële bevallingsverlof.

Bij een geboorte voor de 24ste week van de zwangerschap bestaat geen recht op bevallingsverlof. Wel bestaat recht op een ziektewetuitkering. Als de werkneemster niet kan werken, dan kan voor haar dus een ziektewetuitkering worden aangevraagd.

Bij geboorte na de 24ste week van de zwangerschap heeft de werkneemster altijd recht op bevallingsverlof van 16 weken.

Het uitgangspunt is dat de rechtspositie van de werkneemster niet mag worden aangetast tijdens of na afloop van het verlof. Dit betekent dat de werkneemster het recht heeft om na het verlof weer haar eigen functie uit te voeren of anders een gelijkwaardige functie.