Kortdurend zorgverlof

Een werknemer kan kortdurend zorgverlof opnemen als hij zijn ouder, een thuiswonend ziek kind of zijn partner moet verzorgen. Hij moet dan wel de enige zijn die de zieke op dat moment kan verzorgen.

Een werknemer kan per 12 maanden opnemen: maximaal twee maal het aantal uren dat hij in een week werkt. Als hij bijvoorbeeld 40 uur per week werkt, kan hij per jaar 80 uur kortdurend zorgverlof opnemen. Een werknemer kan in overleg met de werkgever het verlof in zijn geheel of in gedeelten opnemen. 

De werknemer hoeft niet meteen kortdurend zorgverlof op te nemen als zijn kind, partner of  ouder plotseling ziek wordt en hij dus onverwacht direct vrij moet nemen. Hij kan eerst  gebruikmaken van een andere vorm van verlof, het calamiteitenverlof. Dit eindigt na één  dag. Het kortdurend zorgverlof gaat dan de tweede dag in.

De werkgever mag het zorgverlof weigeren als de organisatie door de afwezigheid van deze werknemer in ernstige problemen komt. Hij moet daarvoor wel goede argumenten hebben. Om misbruik te voorkomen mag je de werknemer bij terugkomst vragen om bijvoorbeeld een  rekening van een doktersconsult of een afspraakbevestiging voor een medisch onderzoek.

Is het zorgverlof eenmaal ingegaan, dan kun het niet meer worden teruggedraaid. Het salaris wordt tijdens het verlof ten minste 70% doorbetaald, doch echter minstens het minimumloon.

Het zorgverlof mag niet worden ingehouden op vakantiedagen, tenzij dit in de cao of met de  ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is geregeld. Dit soort afspraken gaan  boven de wettelijke regeling.